11 Categoriëen
Batterijen Cholesterol
& bloeddrukmeters
Controlevloeistof Glucosemeters Insulinepomp Kabels & Software Koel & draagtasjes Lancetten Pennaalden Prikpennen Teststrips Urineteststrips Verzorging
11 Fabrikanten
11 Informatie

Diabetes Mellitus

Diabetes Mellitus (in de volksmond suikerziekte genoemd) is een stofwisselingsziekte. De insuline in het lichaam is niet meer in staat om glucose (= bloedsuiker) uit het bloed te verwerken en op te laten nemen. Het betreft hier opname van glucose in de spieren. Glucose is echter een vereiste om alle spieren en organen goed te laten werken. Insuline is dus waar het bij diabetes om draait.

Er zijn verschillende soorten diabetes. Er wordt onderscheid gemaakt tussen diabetes type 1, diabetes type 2 en zwangerschapsdiabetes. Van alle personen met diabetes heeft ongeveer 15 procent diabetes type 1 en 85 procent diabetes type 2. Ongeveer 1 op de 20 zwangerschappen leidt tot zwangerschapsdiabetes. Deze laatste is meestal een tijdelijke vorm van diabetes. Diabetes type 1 en type 2 daarentegen zijn van blijvende aard. Bij diabetes type 1 maakt het lichaam niet of nauwelijks insuline aan. Bij diabetes type 2 maakt het lichaam wel insuline aan, maar is het lichaam (met name de spiercellen) ongevoelig voor de insuline. Insuline zorgt ervoor dat glucose uit het bloed kan worden omgezet en door de spieren kan worden opgenomen. Wanneer er geen glucose in de spieren wordt opgenomen, krijgen de spieren geen brandstof en voelen ze vermoeid aan. Glucose wordt dan opgeslagen in de vetcellen en dit leidt vaak tot overgewicht en vermoeidheid. 

In Nederland zijn er naar schatting zo’n 850.000 mensen met diabetes mellitus.

Het verschil tussen diabetes type 1 en type 2

Diabetes type 1

Normaal gesproken wordt insuline aangemaakt door groepjes cellen in de alvleesklier, de zogeheten eilandjes van Langerhans. Bij mensen met diabetes type 1 zijn deze cellen vernietigd door het eigen afweersysteem. De alvleesklier maakt dus geen insuline meer aan. Omdat insuline nodig is om glucose uit het bloed naar de lichaamscellen te brengen, moet men met deze vorm van diabetes iedere dag zelf insuline inspuiten. Zo wordt voorkomen dat het glucosegehalte in het bloed veel te hoog blijft. Type 1 diabetes ontstaat in korte tijd en meestal bij mensen onder de dertig jaar. Daarom werd type 1 diabetes vroeger ook wel jeugddiabetes genoemd.

Insuline kan worden toegedoen met een insulinepen waarin ampullen insuline zitten die met een te verwisselen pennaald onderhuids wordt toegediend. Ook maken veel mensen gebruik van een insulinepomp waarbij de insuline gedoseerd vanuit het pompje door een insulineslang met naald onderhuids wordt toegediend.


Met behulp van een glucosemeter prikpen en lancetten wordt gemeten wat de waarde is op een bepaald moment en hierop kan de snelheid van toedoening worden aangepast.

Diabetes type 2

Bij diabetes type 2 maakt het lichaam wel zelf insuline aan, vaak zelfs overmatig veel. De insuline heeft echter deels zijn effect verloren, omdat het lichaam (met name de spiercellen) er steeds minder op reageert. Men spreekt hier van insulineresistentie. De verschillen op een rij:

  Type 1  Type2 
 Leeftijd begin: 
 jeugd  latere leeftijd
 Wijze van begin:
 plotseling
 sluipend
 In de familie:  niet vaak  vaak
 Lichaamsgewicht:
 laag  overgewicht
 Insuline in het bloed:
 laag  hoog (vaak te hoog)
 Medicatie:
 insuline  tabletten
 Opvallende klachten:
 ziek  vermoeid 


Op dit moment zijn er in Nederland naar schatting 850.000 mensen met diabetes. Hiervan zijn er zo’n 250.000 mensen met diabetes zonder het te weten. Ongeveer 15% heeft diabetes type 1 en 85% diabetes type 2. Van de diabetespatiënten is 55% vrouw en 45% man.

Diabetes type 2

Bij diabetes type 2 maakt het lichaam zoals gezegd wel zelf insuline aan, vaak zelfs overmatig veel. De insuline heeft echter deels zijn effect verloren, omdat het lichaam (met name de spiercellen) er steeds minder op reageert. Men spreekt hier van insulineresistentie. Er wordt onvoldoende glucose uit het bloed gehaald, waardoor er geen glucose in de spieren wordt opgenomen. Hierdoor krijgen de spieren geen brandstof en voelen ze vermoeid aan. Een hoge glucosespiegel (hyperglycaemie) is het gevolg en er wordt glucose opgeslagen in de vetcellen. Dit leidt veelal tot overgewicht en vermoeidheid en kan op lange termijn diverse complicaties geven, zoals hart- en vaatziekten.

Diabetes type 2 wordt meestal behandeld met voedings- en bewegingsadviezen en medicijnen. Soms moet na verloop van tijd ook insuline gespoten worden. Diabetes type 2 komt het meest voor bij oudere mensen (het wordt daarom ook wel ouderdomssuiker genoemd). Tegenwoordig komt diabetes type 2 echter ook steeds vaker bij jongere mensen (zelfs kinderen) voor.

Een type 2 patient kan zelf veel controle doen met behulp van:

- een glucosemeter/startpakket

- prikpen

- lancetten voor in de prikpen

- teststrips

 

Syndroom X

Het voorstadium van diabetes type 2 wordt ook wel het metabole syndroom of syndroom X genoemd. Syndroom X is een stofwisselingsaandoening door een aanhoudende verstoring van de balans tussen lichamelijke activiteit (te weinig beweging) en voedselopname (te veel eten, tussendoortjes, snoepen en/of alcoholhoudende dranken). Syndroom X ontstaat vaak langzaam en ongemerkt, maar is het mogelijke begin van diabetes type 2.

 

 

Winkelwagen is leeg
11
webshop keurmerk plus shopwiki gecertificeerde winkel
diabetescentrale is een SEMH erkende leverancier